handchirurgie >


Carpometacarpale arthrose van de duimbasis (CMC-I gewricht)

Inleiding:
Arthrose (slijtage) van het carpometacarpale gewricht is een regelmatig voorkomende aandoening. In de hand is het de meest voorkomende locatie van arthrose. De aandoening wordt veel vaker gezien bij vrouwen dan bij mannen. De aanvang van de symptomen ligt doorgaans tussen de 40 en 60 jaar. Patiënten klagen dan over pijn en stijfheid aan de basis van de duim. Resultaat daarvan is een verminderde belastbaarheid van het gewricht resulterend in zwakte en toenemende problemen bij eenvoudige handelingen in het algemeen dagelijks leven (ADL). Er zijn verschillende conservatieve en operatieve behandelingsopties welke alle in het Antonius Ziekenhuis worden geboden. Voor een juiste keuze van de behandeling is zorgvuldig overleg tussen de patiënt en de arts noodzakelijk. Het is met name van belang om goed geïnformeerd te zijn over de verschillende patiënt gebonden factoren zoals werk, hobby, leeftijd, gezondheid en mate van zelfstandig functioneren. Het gaat om een behandeling “op maat”.

Oorzaak:
Meestal is er geen oorzaak voor de arthrose aan te wijzen. Deze ontstaat dan als het ware “vanzelf”. Bandletsel van het CMC-I gewricht tengevolge van een ongeval of botbreuken doorlopend in het gewricht verhogen de kans op slijtage op latere leeftijd.
Ook het actief doormaken van een ontsteking (arthritis) zoals wel gezien wordt bij reumatoïde arthritis vormt een risico voor het ontstaan van CMC-I arthrose.

Diagnostiek:
Het onderzoek bestaat uit een uitvoerige anamnese, gedegen lichamelijk onderzoek, X-foto’s en bij twijfel soms verdere aanvullende diagnostiek (o.a. botscan).

Behandeling:

1. Conservatief.
Bij de behandeling van CMC-I arthrose moet er vooral gekeken worden naar de wensen van de patiënt in combinatie met werkzaamheden, hobby’s en de conditie van de patiënt. Bij een beginnende arthrose kan begonnen worden met pijnstilling en uitleg over de aandoening met eventueel aanpassing van de activiteiten. Goede instructie door de fysio- of ergotherapie kan daarbij behulpzaam zijn. Als pijnstilling komen naast Paracetamol de groep van de NSAID’s in aanmerking. Als deze middelen onvoldoende effectief zijn kan gekozen worden voor het achter laten van ontstekingsremmers in het gewricht zoals corticosteroïden. Dit kan desgewenst gecombineerd worden met het aanmeten van een afneembare brace door de ergotherapie die het CMC-I gewricht ondersteunt maar nog wel een zekere mate van beweeglijkheid toelaat in de aangrenzende gewrichten.

2. Operatief.
Voor de operatieve behandeling van CMC-I arthrose zijn veel verschillende technieken beschikbaar waarvan er diverse in het Antonius Ziekenhuis worden gebruikt. Afgezien van eerder genoemde factoren is het voor de keuze belangrijk om te weten of alleen het CMC-I gewricht is aangetast of dat ook omliggende gewrichten last hebben van arthrose (met name het STT-gewricht.

In geval de arthrose beperkt is tot alleen het CMC-I gewricht dan kan worden gekozen voor:

a.Operatief verwijderen van het CMC-I gewricht en opvullen van de ontstane holte door een peesinterpositie plastiek. De meest gebruikte pezen zijn de palmaris longus of een strip van de flexor carpi radialis pees. Het doel van deze peesplastiek is een buffer te krijgen tussen de duimbasis en de rest van het onderliggende os trapezium. De gedachte is dat er met deze peesplastiek minder hoogteverlies is in vergelijking met een op zich zelf staande volledige trapeziëctomie.

b.Arthrodese. Zoals bij zoveel gewrichten is een arthrodese een goede manier om een versleten gewricht te behandelen. Arthrodese betekent dat het gewricht wordt verstijfd/vastgezet. Functionele beperkingen tengevolge van deze verstijving zijn bij de duim doorgaans beperkt op voorwaarde dat het onderliggende STT-gewricht en het bovenliggende MCP-gewricht intact zijn en goed functioneren. Het voordeel van de arthrodese is een goede belastbaarheid doordat er een stevige basis is voor een goede sleutelgraap. Een nadeel is de eerder genoemde bewegingsbeperking die vooral problemen kan opleveren in de fijne motoriek. Als nabehandeling is een gipsimmobilisatie gedurende 6-9 weken essentieel. Er bestaat een kans van ongeveer 10% dat de verstijving niet lukt doordat de botdelen niet aan elkaar willen groeien.

c.Pyrocarbon disc interpositie. Deze constructie is in grote lijnen gelijk aan een peesinterpositie plastiek. In plaats van een pees wordt echter een van Pyrocarbon (inerte kunststof) disc (soort “knoop”) geplaatst tussen de basis van de duim en de restanten van het os trapezium. Het voordeel is een betere afsteuning van de duim en theoretisch meer kracht dan bij een peesinterpositie plastiek. Nabehandeling door middel van 6 weken immoblisatie.

d.Protheseologie. Dit impliceert het vervangen van het versleten gewricht door een kunstgewricht. Er zijn diverse kunstgewrichten op de markt waaronder kogelgewrichten en kunstgewrichten die het versleten gewricht vervangen. Kogelgewrichten geven over het algemeen een excellente functie. Het nadeel is een relatief hoge kans op loslating van met name de component welke in het kleine os trapezium moet worden ingebracht. Problemen met loslatingen hebben ons momenteel terughoudend gemaakt ten aanzien van deze techniek.

e.Indien zowel het CMC-I gewricht als het onderliggende STT gewricht zijn aangedaan dan resteert er slechts één mogelijkheid, namelijk het verwijderen van het hele os trapezium. Dit kan dan gecombineerd worden met een zogenaamde ophangplastiek en pees interpositie waarvan diverse varianten voorhanden zijn. Het nadeel van een trapeziëctomie is het feit dat de ondersteuning van de duim verdwijnt. De duim komt als het ware te ‘zweven” met het gevaar van inzakking en krachtsverlies. Het voordeel is doorgaans met behoud van een goede beweeglijkheid en goed effect op de pijnklachten.

Nabehandeling:
Bijna alle vormen van CMC-I chirurgie vereisen een postoperatieve immobilisatie periode van ongeveer 6 weken, gevolgd door een intensief revalidatie programma onder leiding van de hand- en ergotherapie in het Antonius Ziekenhuis gedurende nog eens 6 weken. Al met al moet de patiënt er op rekenen dat het gemiddeld 3 maanden duurt alvorens de duim weer redelijk inzetbaar is.

Hiermee dient de patiënt rekening te houden bij zijn afwegingen al dan niet een operatieve ingreep voor arthrose in het CMC-gewricht te ondergaan. In de praktijk betekent dit dat doorgaans slechts wordt geopereerd indien er aanzienlijke (pijn)klachten bestaan die niet of onvoldoende reageren op conservatieve behandeling.

Meer weten?
Bel om een afspraak te maken met de polikliniek Plastische Chirurgie, telefoonnr: 088 - 320 24 00

 

Overige handchirurgische ingrepen zijn:

Hokkende vinger
Malletvinger
Vingergewricht uit de kom
Ziekte van Dupuytren
Carpale Tunnel syndroom
Ganglion
Artrose van hand- en polsgewrichten
Klassieke reumatoïde artritis
Morbus Quervain
Dystrofie
Carpometacarpale arthrose van de duimbasis
Polsprothese
Microchirurgisch herstel van zenuwen

 



Locaties

  Nieuwegein
 

Koekoekslaan 1
3435 CM Nieuwegein
Tel.: 088 - 320 24 00
Routebeschrijving

  Utrecht
  Soestwetering 1
3543 AZ Utrecht
Tel.: 088 - 320 24 00
  Overvecht
  Neckardreef 6
3562 CN Utrecht
Tel.: 088 - 320 24 00
  Houten
  Hollandsspoor 5
3994 VT Houten
Tel.: 088 - 320 24 00
 
Plastische chirurgie
 Hand- en polschirurgie
 Borstreconstructie
 Cosmetische chirurgie
 Volwassen schisis team
 Oorafwijkingen, microtie
 Kinderchirurgie
 Huidafwijkingen
 Post- bariatrische chirurgie